Tel: 015 310 5673

Behandeling vindt uitsluitend plaats op vooraf gemaakte afspraak.

R. Oudijk    BIG 29034652904

M. Roordink    BIG 29034861204

Rekken / Stretchen

Een spier is zodanig opgebouwd dat de meeste kracht geleverd kan worden in de stand of over het bewegingstraject waarin de spier het meest functioneert. Afhankelijk van het gebruik dat van de spier wordt gemaakt varieert dit dus van persoon tot persoon.

Als een spier veelvuldig in ‘verkorte’ positie functioneert, dan zal de spier uiterst nauwkeurige aanpassingen treffen opdat de spier in deze ‘verkorte’ stand veel kracht kan ontwikkelen. Wordt een spier daarentegen veelvuldig in ‘verlengde’ stand gebruikt, dan zal de spier maatregelen treffen teneinde in deze ‘verlengde’ stand maximaal sterk te zijn.

De spier adapteert zich aan de verlangde spierfunctie door het aantal sarcomeren (de kleinste bouwstenen van een spier) af te stemmen op de lengte waarin de meeste kracht wordt geleverd. De afbeeldingen tonen een schematische weergave van een sarcomeer. Het is het kleinste samentrekkende element van een spier met een gemiddelde lengte van enkele duizendste millimeters. In werkelijkheid bevinden zich dus vele duizenden, zorgvuldig gerangschikte, sarcomeren in de spier. De sarcomeren bestaan uit draadjes (filamenten) die langs elkaar kunnen schuiven en onderling sterke chemische verbindingen kunnen aangaan.

Beweeg met uw muis over de afbeelding.

De sarcomeer schuift in elkaar en trekt als het waren samen: de spier spant. Uiteindelijk is de sarcomeer maximaal verkort.

Beweeg met uw muis over de afbeelding.

De sarcomeer schuift uit elkaar: de spier ontspant. Uiteindelijk is de spier maximaal verlengd.

Een sarcomeer kan de meeste kracht ontwikkelen bij een optimale overlap tussen de filamenten: het aantal sterke dwarsverbindingen is dan maximaal. Bovenstaande afbeeldingen tonen de sarcomeer in de stand waarin van deze optimale overlap sprake is. De sarcomeer is dan 2,25 micrometer lang.

De spier zal dus zijn maximale kracht kunnen leveren indien alle sarcomeren 2,25 µm lang zijn. Zo zal de spier er altijd naar streven in alle sarcomeren deze optimale overlap te creëren door het exacte aantal vereiste sarcomeren in te bouwen.

Zijn er teveel sarcomeren in de spiervezel aanwezig, dan is de sarcomeer teveel ineen geschoven en kan de spier zijn maximale kracht niet leveren. Er worden dan sarcomeren uit de spier verwijderd! Bij een tekort aan sarcomeren in de spiervezel is de overlap te gering en is de spier evenmin in staat veel kracht te leveren. Er worden dan sarcomeren aangemaakt! In werkelijkheid vindt deze regulatie met enkele honderden tot vele duizenden sarcomeren tegelijk plaats.

Zo heeft een wielrenner, die zijn heupen met name in gebogen stand laat functioneren, aan deze beweging aangepaste, ‘verkorte’ heupbuigers. En zo heeft een zwemmer ‘verkorte’ borstspieren. Een honkbal-pitcher heeft een ‘verlengde’ borstspier omdat zijn werparm in een ander trajekt kracht levert dan de zwemmer. De kwalificatie ‘verkort’ of ‘verlengd’ dient niet opgevat te worden als ’te kort’ of ’te lang’. Juist dankzij dit uiterst zinvolle adaptatievermogen van de spier kunnen allen hun prestaties leveren!

Hetzelfde principe geldt eveneens voor de niet-sporter en voor patiënten met een, al dan niet pijnlijke, functiestoring. Indien patiënten, door een functiestoring, een veranderde houding en beweging wordt opgelegd, dan zullen spierlengten zich secundair aan deze nieuwe gewrichtsposities en gewrichtstrajekten aanpassen. Sommige spieren zullen worden ‘verkort’, andere juist ‘verlengd’.

Uit voorgaande blijkt dat de verlengingsmogelijkheid van de spier onafscheidelijk is gekoppeld aan het trajekt waarin de spier de meeste kracht levert. Immers, de stand waarin een spier veel functioneert bepaalt het aantal sarcomeren waaruit de spier is opgebouwd. En wanneer het aantal sarcomeren toeneemt, neemt de maximale lengte van de spier eveneens toe.

Het zogenaamde ‘rekken’ van spieren, met als doel de spieren langer en soepeler te maken, wordt in de sport nog steeds regelmatig toegepast. Uit bovenstaande blijkt echter hoe de maximale spierlengte wordt bepaald. Het ‘rekken’ getuigt dan ook van een miskenning van het zeer nuttige adaptatievermogen waarover spieren beschikken. De lengte van een spier is niet op voorhand als ‘fout’ te bestempelen. Het rekken van spieren is derhalve zinloos omdat er niets te kort is.

Diverse onderzoekers stellen dat gewrichtsbeschadigingen en peesverkalkingen kunnen ontstaan als gevolg van de beschadigingen die worden aangericht door rekken.

(Riezebos)