Tel: 015 310 5673

Behandeling vindt uitsluitend plaats op vooraf gemaakte afspraak.

R. Oudijk    BIG 29034652904

M. Roordink    BIG 29034861204

Arthrosis

Arthrosis is een proces dat gepaard gaat met gewrichtsbeschadiging, waarbij niet direct een ontsteking is betrokken zoals bij reuma.

Het kraakbeen, het weefsel dat de boteinden in gewrichten bekleedt, is hierbij primair aangedaan. Het kraakbeen heeft zich ontwikkeld naar de specifieke eisen die aan het weefsel worden gesteld. Het is veerkrachtig en op het oog glad weefsel, dat bestand is tegen het krachtenspel in een gewricht. Bij arthrosis heeft het kraakbeen zijn waterbindende capaciteiten verloren met als gevolg dat de veerkracht vermindert en de vervormbaarheid van kraakbeen toeneemt. Dit alles leidt tot een vergrote beschadigingskans. In het veranderde kraakbeen treden kleine beschadigingen op die uiteindelijk uitgroeien tot scheurtjes in het kraakbeenoppervlak.

Arthrosis wordt aangetroffen op plaatsen in het gewricht waar tegenover elkaar liggende kraakbeenoppervlakken geen of verminderd contact met elkaar maken, ofwel op onbelaste delen. Degeneratieve zones op de heupkop zijn gerelateerd aan gewoonlijk niet-gebruik.

Beweeg met uw muis over de afbeelding

In een functiegestoord gewricht blijft een deel van de gewrichtskop onbelast. Op deze delen ontstaat arthrosis.

Gedurende perioden van ‘immobiliteit’ zullen die delen die voorheen werden belast niet meer de mechanische prikkels ontvangen. Niet of verminderd bewegen op bepaalde delen van het kraakbeenoppervlak betekent dat aan deze structuren geen functie meer wordt gevraagd (onderbelasting): de structuur verdwijnt of degenereert (Benist).

Zo kan na een periode van onderbelasting een op zich normale belasting tot hevige pijnklachten en functiebeperking leiden.

Het beperkte herstelvermogen van kraakbeen leidt tot een dilemma: ontzien van het gewricht doet de kwaliteit van het kraakbeen alsmaar verder afnemen, terwijl bewegingen, in een vergevorderd stadium van arthrosis, het moeizame reparatieproces verstoren. Er zal dus een middenweg moeten worden gevonden, waarbij wordt bewogen opdat het kraakbeen wordt aangespoord zich aan te passen aan de dagelijks bewegingsbehoefte, zonder dat verdergaand letsel wordt teweeggebracht.